24

Onderwijs en Keuzes

Keuze van onderwijstype

In de tweede klas kiezen de werkers voor een onderwijstype: vmbo, havo of atheneum. De leerwegadviesprocedure vervult daarbij een belangrijke rol.

De leerwegadviesprocedure gaat in november van start. Deze heeft als doel om uw kind in een 3e klas te plaatsen van een passend schooltype: op De Werkplaats kan dat VMBO-3, HAVO-3, Atheneum-3 of Gymnasium-3 zijn. Indien nodig geven wij advies voor ander onderwijs.

In november vullen ouders en werkers de leerwegenquête in: hierin geven zij onder meer aan welke verwachtingen zij hebben met betrekking tot het onderwijsniveau in leerjaar 3.

Begin februari wordt het eerste leerwegadvies opgesteld door de medewerkers.

Dit advies berust op:

  • de ervaringen met uw kind in deze eerste periode op De Werkplaats,
  • de in de bovenbouw benodigde kennis en vaardigheden, en
  • de ervaringen met schoolloopbanen van werkers uit het verleden.

Het advies wordt schriftelijk aan de ouders meegedeeld, nadat de mentor dit met de werker heeft besproken. Indien er een duidelijk verschil bestaat tussen dit eerste leerwegadvies en uw verwachtingen, neemt de mentor contact met u op.

Het definitieve advies maakt deel uit van het tweede voortgangsverslag (rapport).

De overgang naar de derde klas wordt bepaald tijdens de overgangsvergadering aan de hand van de overgangsnormen en het definitief leerwegadvies. Gegevens in het verleden geven aan dat het leerwegadvies een goede voorspellende waarde heeft voor de haalbaarheid van de volgende leerjaren.

De teamwijzers van team 1, 3 en 4 geven ook informatie over dit onderwerp.

 

Keuze van pakket, sector of profiel

In de derde klas kiezen de werkers een sector met bijbehorend vakkenpakket voor vmbo of een profiel voor de 2e fase havo/vwo.

 

Codering bij vakkenpakketkeuze

Onderstaand de codes die gebruikt worden door de medewerkers bij de advisering over de vakken-pakketkeuze.

Codes worden gegeven op grond van de observaties die in het betreffende leerjaar gedaan zijn, maar wel voorspellende waarde voor het hele vakgebied in de volgende klassen hebben.

 

Uitleg bij de codenummers:

code A

De medewerker acht tot nu toe een voldoende (= zes) of hoger in de volgende jaren mogelijk; om dat resultaat te halen hoeft de werker zijn studiehouding niet te veranderen. De inzet tijdens de les is voldoende; hij maakt (bijna) altijd huiswerk. Als de werkhouding van de werker zo blijft als die nu is, heeft de werker in de volgende jaren grote kans van slagen in dit vak. De werker heeft de capaciteiten daarvoor.

 

code B

De medewerker acht het mogelijk dat de werker in de volgende jaren een zes scoort. De werker heeft tot nu toe getoond dat hij waarschijnlijk wel de capaciteiten heeft om in volgende jaren minstens een afgeronde zes te halen. Maar de werker moet zijn studiehouding (betrokkenheid bij de les en inzet voor het huiswerk) verbeteren en/of zijn manier van studeren veranderen.

 

code C

De medewerker acht het mogelijk dat de werker in de volgende jaren een vijf haalt als de inzet voor en betrokkenheid bij de les en het huiswerk zo blijven als zij nu zijn. Hij mist waarschijnlijk het inzicht om hoger dan een vijf voor dit vak te halen. Als er in andere vakken voldoende compensatie is, zou de werker het vak kunnen kiezen.

 

code D

De medewerker vindt dat de capaciteiten en studiehouding van de werker niet toereikend zijn voor het volgen van het vak t/m het examenjaar, en raadt de keuze volledig af. Het cijfer zal een vier of lager worden.

 

VMBO 3 en 4

Vakkenpakket

Naar vmbo-3 kunnen de werkers Frans of Duits, aardrijkskunde of geschiedenis laten vallen. Informatie hierover krijgt u/krijgen zij van de decaan gedurende het schooljaar.

In vmbo-3 kiezen werkers hun examenpakket met minimaal 6 en maximaal 8 vakken.

 

Keuze van de sector voor vmbo: voorbereiding in vmbo-3

In de eerste maanden van de derde klas vmbo worden de werkers voorbereid op de keuze van een examenpakket. Het examenprogramma start in de tweede helft van vmbo-3. De mentoruren en de loopbaanoriëntatie projecten rond vakkenpakket-, vervolgopleiding- en beroepskeuze spelen hierbij een belangrijke rol. Een arbeidsoriëntatieweek maakt deel uit van het programma loopbaanoriëntatie-en begeleiding. De activiteiten en taken staan in het handelingsdeel mentoraat LOB.

 

Keuze voor vervolgonderwijs

Decaan en mentoren assisteren de werkers bij het maken van een keuze voor het vervolgonderwijs. De eerder genoemde arbeidsoriëntatieweek is daar natuurlijk bij van belang. Een oriëntatieprogramma in samenwerking met het ROC-Utrecht maakt ook deel uit van dit proces.

 

Doorstromen van vmbo-4 naar havo-4

Werkers met een vmbo-diploma kunnen doorstromen naar de havo-afdeling. We stellen wel een aantal voorwaarden aan plaatsing. In de teamwijzer van team 2 wordt de procedure die wordt gevolgd, beschreven.

 

HAVO en VWO in de 2e fase

Voorbereiding van de profielkeuze in havo-3 en vwo-3

In de loop van de derde klas worden de werkers voorbereid op de keuze van een profiel voor havo-4 en vwo-4. De mentoruren en mentoraatprojecten rond loopbaanoriëntatie ondersteunen dit proces. In de in- en uitstapweken, die de perioden afsluiten en openen, staan ondersteunde activiteiten gepland als werkverkenning en 2e Fase vakkenvoorlichting.

De werkers maken in december een voorlopige profielkeuze voor havo-4 en vwo-4. De medewerkers van elk vak geven een prognose van de voortgang van hun vak in een volgend schooljaar. De medewerkers maken hierbij gebruik van de bovengenoemde codes. De werker kan deze prognoses gebruiken om zijn werkhouding aan te passen en zijn toekomstbeeld bij te stellen. De voorlopige profielkeuze wordt besproken door de mentor en de decaan. Conclusies worden aan de werkers en eventueel ouders doorgegeven. In maart wordt aan de vakmedewerkers gevraagd of zij naar aanleiding van de cijfers hun prognoses wijzigen. Op grond van deze definitieve prognoses maakt de werker in overleg met ouders en mentor begin april een definitieve profielkeuze. Dit wordt in een overleg van mentor en decaan bekeken. Vervolgens wordt dit profiel aan het eind van de 3e periode aan de medewerkers voorgelegd. Deze nemen het voorstel over of geven een - soms bindend - advies voor een ander profiel.

Een vak waarvoor op het eindrapport havo-3 een 4 of lager gescoord is, wordt sterk afgeraden. Bij het eindcijfer 5 is het advies afhankelijk van het totale pakket. In havo-3 wordt ter voorbereiding van de N-profielen (en evt. M-profielen met Wiskunde B) een extra uur wiskunde gegeven. Dit extra uur dient door de betreffende werkers gevolgd te worden met aan het eind van het jaar een wiskunde B-test in plaats van een wiskunde A-test.

 

Keuze voor vervolgonderwijs

Decanen en mentoren assisteren de werkers bij het maken van een keuze voor het vervolgonderwijs. De school onderhoudt daartoe intensieve contacten met de hogescholen en universiteiten van Utrecht en Amsterdam. Met de HvA en de UvA worden aansluit- en oriëntatieprogramma’s uitgevoerd.

Met de Hogeschool Utrecht en een tiental scholen in de omgeving is een samenwerkingsproject gericht op en bestemd voor havo-werkers.

 

Doorstromen van havo-5 naar vwo-5

Werkers met een havo-diploma kunnen doorstromen naar de vwo-afdeling. We stellen wel een aantal voorwaarden aan plaatsing. In de teamwijzer van team 5 wordt de procedure die wordt gevolgd, beschreven.

 

De rol van ouders

bij de keuze van vakken, sector, profiel en vervolgonderwijs

Het is de bedoeling dat de loopbaanoriëntatie van de werkers binnen de aangegeven kaders een goed samenspel is tussen werker, ouders en school. Ouders kunnen een grote bijdrage leveren door de werker te stimuleren tot nadenken over de te maken keuzes, tot het bezoek aan open dagen e.d. van de opleidingen en door hen te helpen aan de verkregen informatie betekenis te geven. De taakverdeling tussen werker, school en ouders wordt door ons als volgt gezien:

  • De werker is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn keuzeproces (loopbaanoriëntatie). Er wordt een actieve houding van de werker verwacht. Hij moet zelfstandig taken rond loopbaanoriëntatie uitvoeren.
  • De ouders/verzorgers hebben een belangrijke rol/taak bij de loopbaanoriëntatie van de werkers. Zij ondersteunen hun zoon of dochter op dit gebied.
  • De school levert een bijdrage aan de loopbaanoriëntatie van de werker. Zij helpt de werkers op weg en helpt “het fundament” te versterken. De werkers stimuleren en bewust maken in hun keuzeproces is een taak van de school.

Het doel der opvoeding is:
elk kind te helpen worden wat het is.